De vuistregel is simpel: kosten die je maakt voor je onderneming mag je aftrekken van je winst, en de btw erop vaak terugvragen. Vraag jezelf af: “heb ik dit nodig om mijn werk te doen of om meer omzet te maken?” Is het antwoord ja, dan is het meestal zakelijk.
Voorbeelden van aftrekbare kosten
- Materialen en gereedschap — verf, snaren, rekwisieten, decor.
- Vakspecifieke spullen — instrumenten, camera, grime, dansschoenen, kostuums (alleen voor het podium).
- Cursussen en workshops om je vak bij te houden.
- Promotie— website, visitekaartjes, portfoliofoto's, advertenties.
- Software en abonnementen die je voor je werk gebruikt.
- Reiskosten — met je eigen auto € 0,25 per kilometer (tarief 2026), of de werkelijke ov-kosten.
Let op: deze zijn maar deels aftrekbaar
- Representatie (zakelijk etentje, borrel, relatiegeschenken) — beperkt aftrekbaar, en de btw op horeca krijg je niet terug.
- Spullen die je ook privé gebruikt (telefoon, laptop) — alleen het zakelijke deel telt.
- Werkruimte thuis — meestal niet aftrekbaar, op een echte zelfstandige werkruimte na.
Wat mag níét
- Gewone kleding (ook nette kleding voor een optreden).
- Persoonlijke verzorging, boodschappen, privéreizen.
- Boetes.
Bewaar je bonnetjes
Je moet je administratie 7 jaar bewaren. Houd je inkopen dus netjes bij. In De Souffleur voeg je een inkoop in een paar tellen toe; de tool rekent uit hoeveel btw je terugkrijgt en heeft een ingebouwde hulp die je per aankoop laat zien: mag dit wel, let op, of niet.